Welk bijbaanwerk telt straks mee op je cv?
Elke bijbaan levert geld op. Niet elke bijbaan levert iets op dat je later nog kunt gebruiken. Dat verschil wordt pas zichtbaar op het moment dat je het niet meer kunt repareren.
Werken naast je studie is in Nederland eerder regel dan uitzondering. Volgens cijfers van het CBS werkt 76 procent van de studenten in het hoger onderwijs en 81 procent van de mbo-studenten. Gemiddeld gaat het om 19 uur per week in het hoger onderwijs en 23 uur op het mbo.
Bijna een kwart vult vakken of staat achter de bar
Uit diezelfde cijfers blijkt dat ongeveer 23 procent van de studenten in het hoger onderwijs en 22 procent van de mbo-studenten een bijbaan heeft als vakkenvuller of in de bediening.
Reken dat eens door. Negentien uur per week, veertig weken per jaar, drie jaar lang: dat is ruim tweeduizend uur. Tweeduizend uur is een flinke investering. De vraag is wat je ervoor terugkrijgt behalve je loon.
Dit is geen pleidooi tegen de horeca
Achter de bar leer je dingen die je nergens anders leert: omgaan met drukte, met lastige mensen, met een team dat het samen moet redden. Wie dat drie jaar volhoudt heeft iets bewezen. Het punt is niet dat dat werk niets waard is — het punt is dat het je geen voorsprong geeft in het vak waar je naartoe wilt.
Waarom het later uitmaakt
Op het moment dat je afstudeert, kom je terecht in een stapel sollicitaties van mensen die ongeveer hetzelfde diploma hebben als jij. Je cijferlijst onderscheidt je nauwelijks. Wat dan overblijft is de vraag: wat heb je hier al mee gedaan?
Een kandidaat die twee jaar twee dagen per week bij een marketingbureau heeft gewerkt, heeft iets wat een pas afgestudeerde zonder die ervaring niet heeft. Niet alleen de vaardigheden, maar ook iemand die voor hem of haar kan instaan, en een beeld van hoe het er in zo'n organisatie werkelijk aan toe gaat.
Dat is het mechanisme waar het hele probleem van starters op draait. Werkgevers vragen ervaring van mensen die nog geen kans hebben gehad die op te doen. De enige plek waar je die kans wél hebt, is tijdens je studie.
Waar je op kunt letten bij het kiezen
Levert het werk een verhaal op?
Kun je in een sollicitatiegesprek drie minuten vertellen over iets wat je hebt gedaan, hoe je het hebt aangepakt en wat er misging? Dan telt het mee. Kun je dat niet, dan is het een regel op je cv die overgeslagen wordt.
Leer je er iets wat je volgend jaar nog niet kon?
Een goede toets: als je na drie maanden niets nieuws meer leert, is de leercurve voorbij. Dan werk je voor het geld, en dat is een prima reden, maar wees er dan eerlijk over tegen jezelf.
Ken je iemand die je later zou aanbevelen?
Een referentie uit je vakgebied is in een sollicitatieprocedure vaak doorslaggevender dan een extra vak op je lijst. Werk waar je alleen een rooster en geen begeleider hebt, levert die zelden op.
Past het naast je studie, echt?
Relevant werk dat je studievertraging oplevert is per saldo geen winst. Een rol die meebeweegt met tentamenweken is meer waard dan een rol met een vast rooster waar je je studie omheen moet plooien.
En als je al twee jaar vakken vult?
Dan is er niets verloren. Twee dingen helpen. Begin met één dag per week in je eigen richting, naast wat je al doet — dat kan vaak zonder meteen te stoppen met je huidige bijbaan. En schrijf op wat je in je huidige werk hebt geleerd dat wél overdraagbaar is: verantwoordelijkheid dragen, een team aansturen, omgaan met klachten. Dat telt mee, mits je het kunt benoemen.
Kort samengevat
- Driekwart van de studenten in het hoger onderwijs werkt, gemiddeld 19 uur per week.
- Ongeveer een kwart doet dat in een rol zonder verband met de studie.
- Over drie jaar is dat ruim tweeduizend uur die je maar één keer kunt besteden.
- Kies werk waar je een verhaal, een leercurve en een referentie uit haalt.
Bronnen
- CBS-cijfers over werkende studenten (percentages en gemiddeld aantal uren per week), weergegeven door Flexmarkt, december 2023. De cijfers hebben betrekking op metingen uit 2023.